Foto 1 bewerkt tbv nieuwe website.JPG Foto 2 bewerkt tbv nieuwe website.JPG Foto header 3.JPG
Coaches
Basis: 'Samen' is een kernbegrip in de jeugdopleiding.
Het samen willen hockeyen hangt met name samen van het teamverband:
De wil en plezier om met elkaar te hockeyen en het respect voor elkaars hockey-vaardigheden.De volgende stap is het vinden van een manier waarop ze deze wil om samen te hockeyen kunnen vertalen naar het samen kunnen hockeyen.
Dit betekent dat je als trainer-coach een oplossing probeert te vinden voor de volgende vragen:
  • Op welke manier zijn alle spelers betrokken bij de wedstrijd?
  • Op welke plaatsen komen spelers het beste tot hun recht?
  • Op welke posities halen spelers de meeste voldoening uit hun spel,
  • Afhankelijk van hun sterke en zwakke punten? Hoe voorkom ik als trainer-coach dat het team afhankelijk is van enkele spelers?
De manier waarop een trainer-coach een team probeert samen te laten hockeyen is een speelsysteem. Hoe je een team wilt laten samenspelen is vaak afhankelijk van je eigen hockeyervaring en hockeyinzicht.Bij het samenstellen en uitvoeren van een speelsysteem is het belangrijk dat een trainer-coach duidelijk maakt wat de taken (afhankelijk van individuele capaciteiten) zijn van bepaalde spelers op bepaalde plekken. Het geheel van deze taken moet leiden tot een speelsysteem waarbij alle spelers betrokken zijn en opdrachten krijgen die uitvoerbaar zijn. Zo is iedere speler verantwoordelijk voor de teamprestatie en zal iedereen positieve gevoelens overhouden aan zijn of haar bijdrage. Het maken van een sterkte-zwakte analyse van alle spelers kan helpen om spelers op de juiste plek op te stellenen ze de juiste opdrachten mee te geven. In een dergelijke analyse is het verstandig om te kijken wat de sterke punten zijn van een speler en op welke positie deze het beste tot uiting komen. Ook is het nuttig om te kijken naar de zwakke punten en te bepalen op welke positie deze zwakke punten de grootste gevolgen hebben. Individuele taken en mogelijkheden zijn per team verschillend: het kan nuttig zijn om met de trainingscoordinatoren of met andere coaches te overleggen hoe het speelsysteem van een team er het beste uit kan zien. Hoe kan een speler worden ingepast in een speelsysteem? Welke taken zijn verbonden met bepaalde posities? Welke kwaliteiten zijn nodig voor het uitvoeren van deze taken?
 

Waar kijk je naar in een sterkte-zwakte analyse, zie tevens hoofdstuk 6 van het handboek coaches Evergreen

Het samen kunnen hockeyen bestaat voor een groot gedeelte uit afspraken die niet afhankelijk zijn van individuele kwaliteiten. Het gaat hier om afspraken met een team om te reageren op balbezit en balverlies. Hoe het team zich als geheel opstelt is hierbij belangrijker dan de individuele actie.
 

De aanvoerder

Ieder team moet een aanvoerder met een aanvoerderarmband in een afstekende kleur hebben. Als hij(tijdelijk) uit het veld wordt gestuurd moet hij zijn taken en zijn band (tijdelijk) overdragen. Bij een wissel hoeft dat niet. De aanvoerder doet de toss, is verantwoordelijk voor het wisselen vande spelers van zijn team en voor het gedrag van alle spelers van zijn team. In het algemeen kan gesteld worden dat een taak uitvoeren pas leuk is als je ook weet wat die taak inhoudt. Om hier naar de toekomstige aanvoerders duidelijkheid in te verschaffen is het verstandig om hier als coaches en TC een duidelijk profiel over af te spreken.

Voorstel taken bij E, D en C:

De coach kan er voor kiezen, dat ieder om de beurt aanvoerder is. Hij houdt bij wie er al aanvoerder is geweest en bepaalt wie er aan de beurt is. De coach houdt er, bijvoorbeeld, rekening mee dat je vlak bij je verjaardag aanvoerder kunt zijn.
Hoe jonger de kinderen, hoe minder vanzelfsprekend onderstaande gaat. Bij de E-, D- en C-jeugd zullen de aanvoerders dus geholpen moeten worden, temeer daar in deze categorieen de kinderen bij toerbeurt aanvoerder zijn.

Aanvoerder:
  • De aanvoerder draagt een aanvoerderarmband in afstekende kleur
  • De aanvoerder geeft de scheidsrechters een hand.
  • De aanvoerder doet de toss of bully
  • De aanvoerder zorgt voor iets lekkers in de rust van de wedstrijd(bij voorkeur fruit)
  • De aanvoerder zorgt dat, aan het eind van de wedstrijd, de scheidrechters bedankt worden en dat alle tegenstanders een hand krijgen.
  • Na de wedstrijd zorgt de aanvoerder dat er wat te drinken is.
  • De aanvoerder schrijft (met hulp)het verslag.

Voorstel taken B, A en senioren(veteranen)
Om in overleg met het team tot een goede keuze van de aanvoerder te komen, is het aan te bevelen onderstaande punten de revue te laten passeren:

  • De aanvoerder draagt een aanvoerderarmband in afstekende kleur
  • De aanvoerder is verantwoordelijk voor het gedrag van alle spelers en tevens aanspreekbaar op het clubtenue (ook een belangrijke rol voor de coach!) van de ploeg
  • De aanvoerder is de gastvrouw of gastheer van het team.
  • De aanvoerder is de enige die met de scheidsrechters in overleg gaat, overige spelers klagen of schelden niet!
  • De aanvoerder tekent het wedstrijd formulier.
  • De aanvoerder moet iemand zijn die een goed contact heeft met enerzijds team leden en anderzijds trainer en coach.
  • De aanvoerder hoeft niet de beste speler te zijn, maar moet wel over een redelijk tactisch inzicht beschikken.
  • Hij is in het veld het "verlengstuk van zijn coach.
  • De aanvoerder moet voldoende overwicht hebben om op bepaalde momenten leiding te kunnen geven.
  • De aanvoerder is de stimulerende factor t.a.v. trainingsbezoek, wedstrijdmentaliteit, trainingsdiscipline, zelfdiscipline, motivatie, enz.
  • De aanvoerder stelt zich voor de wedstrijd voor aan de scheidsrechters en aan de aanvoerder van de tegenpartij. Hij zorgt dat de tegenpartij bedankt wordt d.m.v. een hand geven en verzorgd na de wedstrijd de drankjes. Hij vult tevens het wedstrijdformulier in.
  • De aanvoerder moet organisatorische kwaliteiten bezitten. Zo dient hij bv. een spelerslijst op te stellen met alle namen, adressen en telefoonnummers, inclusief doorbelsysteem.
  • De aanvoerder moet in staat zijn om sfeerbepalende initiatieven te ontplooien die veelal buiten het wedstrijd gebeuren zullen liggen. Na de wedstrijd neemt de aanvoerder initiatief voor contact tussen eigen teamleden en tegenstanders.
  • De aanvoerder draagt zorg voor het wedstrijdverslag.
Deze lijst is ongetwijfeld nog aan te vullen, maar het functioneren van de aanvoerder staat of valtmet de "ruimte" die door de coach geboden wordt. Wel moet opgemerkt worden dat er in deze lijst wordt uitgegaan van een redelijke zelfstandigheid van de aanvoerder.
 
Hieronder volgen een aantal aspecten die mede van belang zijn voor de persoonlijke veiligheid en herkenbaarheid van de spelers.

Scheenbeschermers
Met ingang van seizoen 2004 zijn scheenbeschermers voor iedereen verplicht. Dit is vastgelegd in het bondsreglement artikel A.7.4.3. De KNHB is tot deze maatregel gekomen, omdat zij hoopt zo blessures te voorkomen. De verplichting om scheenbeschermers te dragen is voor spelers een vergelijkbare verplichting als het spelen in het voorgeschreven clubtenue. Niet aan die verplichtingen voldoen betekent: niet spelen. Op de training kan volstaan worden met de controle op de scheenbeschermers!
Maak het, als speler, geen verantwoordelijkheid van de scheidsrechter om je daarop te wijzen. Neem zélf die verantwoordelijkheid en spreek je teamgenoten erop aan! Als scheidsrechter word je geacht op dezelfde wijze te reageren als je in het verleden deed, in het geval een speler het verkeerde shirt droeg.

Mondbeschermers
Deze worden sterk aanbevolen. De KNHB is op dit moment nog niet overgegaan tot verplichting Binnen Evergreen geldt het standpunt dat een jeugdspeler alleen zonder bitje mag spelen indien zijn / haar ouder(s) daar voor een wedstrijd toestemming voor geeft.

Is die toestemming niet aanwezig dan mag hij / zij niet spelen.

Nader onderzoek moet aantonen of gebitsbeschermers in de toekomst verplicht worden gesteld, omdat verschillende specialisten elkaar tegenspreken over het gebruik van gebitsbeschermers. Overigens zijn er al verschillende verenigingen die het dragen van een gebitsbeschermer verplicht stellen.
 
Tenue
Een team compleet in het tenue van de vereniging is een onderdeel van het visitekaartje van de club.Dus geen bermuda's, afwijkende sokken etc. in een team tijdens een wedstrijd. Alle spelers, met uitzondering van de keeper, moeten met het standaard tenue dat in de vereniging is afgesproken deelnemen aan een wedstrijd.

De coach en aanvoerder kunnen door een scheidsrechter aangesproken worden als het tenue van een speler niet voldoet aan het standaard tenue. De desbetreffende speler mag zelfs van het veld gestuurd om zijn tenue in orde te maken. Let daar als coach dus op!

De keeper moet een afwijkend shirt dragen t.o.v. het standaard tenue.
 
Toernooibijdrage
  •  Per jeugdteam wordt het inschriifgeld van 1 toernooi betaald met een maximum van 100 euro,
  • te declareren via standaard declaratieformulier met onderliggende bewijsstukken bij de
    penningmeester (zie ontvangen mail van de TC).
  • Voor teams die meedoen aan jongste jeugddag (JJD) wordt naast JJD inschrijfgeld van
    1 toernooi betaald waarbij een totaal maximum van deze twee toernooien van 100 euro geldt.
  • Indien aan meerdere toernooien wordt meegedaan of inschrijfgeld van toernooi is hoger dan 100 euro is dit voor rekening van team.

 

Door een éénduidig gebruik van de onderstaande termen kun je verwarring bij het coachen van de spelers voorkomen. Zorg dat de termen van te voren een keer met het team zijn doorgenomen.


Toss: Voor aanvang tossen de teams. De spelleider gooit een stick omhoog en deze valt op de platte of bolle kant. De winnaar kiest voor de beginslag of speelrichting.
Sticks: Indien de stick met slaan boven de schouder van de speler uitkomt. Dit is een vorm van gevaarlijk spel.
Shoot: Als de bal tegen de voet of het lichaam van een veldspeler komt. Bij de keeper mag dit wel.
Vrije slag: Het nemen van de bal na een overtreding in het veld. De bal moet stil liggen en mag niet hoog worden gespeeld. De bal wordt genomen op of nabij de plek van de overtreding.
Inslaan: Bal nemen vanaf de zijlijn waar hij uitging.
Afhouden: Een andere speler belemmeren in het spelen van de bal. Afhouden kan door de balbezitter zelf,zijn stick (= stickafhouden) of door een medespeler (indirect afhouden)
Pushen: De bal als het ware duwen met de stick.
Afstand houden: Bij het nemen van de bal moeten alle spelers van de andere partij op minimaal 5 metervan de bal zijn
.
Stick aan de grond:
Stick laag houden met de krul op de grond.
Twee handen aan de stick: Pak de stick met twee handen vast. Rechterhand beneden en linkerhand boven. Dit geldt zeker bij het uitnemen van de bal.
Breed spelen: Niet dwars door het midden slaan of een lange klap naar voren geven, maar het spel opbouwen via de zijkanten en het middenveld.
Langs de lijn: De bal spelen naar de links-/rechtsvoor (omdat daar vaak niet zoveel tegenstanders staan) of naar je plaats gaan in het veld.
Opstellen: Naar je plaats in het veld gaan (bij 6-tal en 8-tal hockey).
Achterbal: Bal is over de achterlijn gegaan en is als laatste aangeraakt door de tegenstander. ! Bal oppakken en snel vanaf de 5, 10 of 15 meter lijn nemen op het punt loodrecht vanwaar de bal is uitgegaan.
Lange corner: Bal is over de achterlijn gegaan en is als laatste aangeraakt door een medespeler. De plek van inslaan door de tegenstander op de zijlijn aan die kant van het doel waar de bal over de achterlijn ging, verschilt afhankelijk van 3-tal, 6-tal of 8-tal hockey. Bij 3-tal hockey is dit op de kruising van de 5 meterlijn en de zijlijn. Bij 6-, 8-tal en 11 tal hockey is dit op de zijlijn op 5 meter afstand van de hoek.
Strafcorner: Een strafcorner is een vrije slag welke genomen wordt vanaf de achterlijn (op minimaal 10 meter afstand van het doel) door een speler van de aanvallende partij.
Loop (je) vrij: Zorg dat je niet achter een tegenstander staat, maar loop vrij zodat je aanspeelbaar bent.
Aansluiten: Laat de afstand tussen je medespelers en jezelf niet te groot worden.
Achter de bal: Zorg dat je bij een aanval van de tegenstander tussen de aanvaller en je keeper gaat staan. Dus achter de bal!
Zoek je tegenspeler op: Als de tegenstander aanvalt, kijk dan goed waar iedereen staat en houdt de bal in de gaten.
Verdedigen: Je zo opstellen dat je de bal kunt afpakken als de tegenstanders aanvallen.
In het gat/ruimte spelen: Vooral bij het uitnemen van de bal. Bal tussen de tegenstanders doorspelen ook al staat er niemand van je team, ze lopen er vanzelf naar toe.
Kijken naar de bal: Altijd zorgen dat je de bal kunt zien, dus niet ergens anders naar kijken!


Onderstaande termen staan in 5. Coachen en "tactische begrippen"

  • Driehoekjes spelen
  • Kom verdediging
  • Platte driehoek
  • Balkant / helpkant
  • Rugdekking